Drieëntwintig kaarsjes in brand
Nog maar heel even en dan staat je verjaardag weer voor mijn deur. Hij klopt zachtjes aan terwijl je hem al van ver hoort aandraven. Ik zal hem binnenlaten, maar de vraag blijft of je mee binnenstapt. Het is immers al zo lang geleden. Bijna een jaar, bijna je vorige verjaardag, bijna een eeuwigheid, bijna te lang. Ik heb nood aan de enkele foto’s om te zien hoe je glimlach verschijnt. Ik ben vergeten hoe je ruikt. Ik weet niet langer hoe je zachte kreetjes klinken. Je stemgeluid is mij onbekend. Maar je verjaardag staat voor mijn deur.
Dit is echt de laatste gedachte die ik aan je spendeer. Nog tot je verjaardag, een laatste vaarwel en dan … de volledige amicale leegte. Niets. Nada. Misschien hoort het in het leven zo te zijn. Ik heb gehoord van een vriendin dat dit nu de manier is waarop de wereld draait: snokkend afscheid en daarna de volstrekte leegte. Vriendschap is een bodemloos vat, je kunt er energie en water blijven instoppen, zoveel je wil. Maar er komt een moment en dan stroomt het ongenadig over, alles in de buurt wordt verzwolgen door de stromende kracht van de massas water. De energie schiet als een vuurpijl uit het vat en verdwijnt in een fractie van een seconde. Niets volgt. Leegte.
Jij moet zoeken. Ik moet vinden. Beiden verliezen.
Jammer en toch een gelukkige verjaardag. Binnenkort.
Uw voormalige schouder om op te huilen groet je, maatje.
N.